Zo’n tien jaar geleden maakte ik mijn eerste zendingreis naar Azië. In Kazachstan zou ik voor de eerste keer voor een grote groep mensen in het Engels spreken. Ik zag er best wel een beetje tegen op. Wonderlijk genoeg kwamen de woorden als ‘vanzelf’ en deed ik aan het eind van mijn preek een oproep. Terwijl honderden mensen naar voren snelden, vroeg ik aan mijn tolk wat de mensen zongen. ‘God houdt van Kazachstan, daarom houden wij van ons land!’ vertaalde ze. De woorden troffen me als een mokerslag. Ik viel op het podium en begon te huilen, niet in staat om nog voor de mensen te bidden. Liggend op de houten planken vroeg God aan mij of ík wel echt van Nederland hield. Hij wist dat dit niet zo was. Ik kon alleen nog maar huilen en God om vergeving vragen. Die avond heb ik me bekeerd en nam ik het besluit om van Nederland en de Nederlanders te gaan houden. Pas later begreep ik dat God deze reis gebruikt heeft om mijn hart te veranderen, om tot zegen te kunnen zijn voor mijn eigen volk. Want je kunt de bevrijdende boodschap van Gods liefde alleen maar aan de Nederlanders verkondigen als je - net als God zelf - zielsveel van hen houdt.
| Hartelijke groet, Wilkin van de Kamp |


















